
Voorwoord
Hoe kunnen we de natuurlijke vruchtbaarheid van de bodem in stand houden en optimaal benutten voor het produceren van voedsel? Dat is de vraag die het Interregproject BodemBreed bezighoudt. Wetenschappers ontrafelen steeds meer geheimen aan de bodem. Daarover willen we u in de vorm van nieuwsbrieven op de hoogte houden. Maar zeker zo belangrijk is, dat de kennis van wetenschappers ook in de dagelijkse bedrijfsvoering in de agrarische sector toepassing vindt. Ook dat hoort tot de opdracht van BodemBreed. Wetenschap en praktijk trekken samen op.
BodemBreed is een vervolg op het Interregproject Erosiebestrijding, dat een belangrijke bijdrage leverde aan de actuele kennis van erosie. Maar het inzicht van de partners dat er meer zit in de bodem en dat er meer zit in de samenwerking resulteerde ook in BodemBreed Interreg. Begin 2009 gingen we met dezelfde projectpartners aan de slag.
In deze eerste nieuwsbrief willen we u een voorproefje geven van onze activiteiten. Deze nieuwsbrief verschijnt maar éénmalig op papier. Wil u de nieuwsbrieven blijven ontvangen, abonneer u dan zeker op de elektronische nieuwsbrief via BodemBreed.eu.
Alvast veel leesplezier.
Ine Vervaeke,
projectverantwoordelijke, provincie Vlaams-Brabant
Gido Lemmens,
projectleider, Arvalis
In onze westerse samenleving ontwikkelen we steeds efficiëntere vormen van voedselproductie. Maar we zien ook de keerzijde van de medaille. Denk we maar aan de toegenomen concentraties nutriënten in de bodem en de afname van het organisch materiaal. Ook voor het probleem van erosie en de bijhorende modderstromen dienen langetermijn oplossingen uitgewerkt te worden. Meer en meer wordt duidelijk dat duurzaam bodemgebruik hierin een sleutelrol speelt. We moeten dus proberen uit te zoeken hoe we de bodem optimaal kunnen waarderen en er toch voldoende voedsel aan kunnen onttrekken. Tegen deze context is het project BodemBreed Interreg van belang, namelijk als een bijdrage aan het duurzaam gebruik van de bodem.
Vernieuwend is dat de bodem gezien wordt als een samenhangend en complex geheel en niet als afzonderlijke onderdelen. De onderzoeksdoelen van BodemBreed zijn dan ook inhoudelijk sterk met elkaar verweven. De bestaande kennis en inzichten van de bodem als samenhangend geheel worden samengebracht. Ook de leemten in de kennis worden opgevuld en praktische vragen vanuit de landbouwsector worden beantwoord. We weten namelijk dat niet ploegen water- en modderoverlast en het uitspoelen van nutriënten naar grond- en oppervlaktewater kan beperken. Maar dit roept nog tal van praktische vragen op. Deze willen we in BodemBreed beantwoorden.
Tientallen landbouwers in Vlaams-Brabant, Antwerpen, Belgisch- en Nederlands-Limburg werken mee. Tegen eind 2011 moet duidelijk zijn hoe zij in hun dagelijkse bedrijfsvoering de natuurlijke krachten van de bodem beter kunnen benutten. De Europese Unie financiert het onderzoek met 975.000 euro en ook de Boerenbond, de Vlaamse Overheid, de provincies Vlaams- Brabant, Belgisch- en Nederlands-Limburg, de Nederlandse LLTB en het Waterschap Roer en Overmaas steken er tijd en geld in. Arvalis, PIBO campus, PPO en Hooibeekhoeve nemen een deel van de praktische uitvoering voor hun rekening.
Het eindresultaat dat beoogd wordt is landbouwers in staat te stellen om bodemmanagement in de praktijk te gaan toepassen. Het unieke van BodemBreed is de samenwerking tussen wetenschap en praktijk.
BodemBreed ging begin 2009 van start. Er lopen momenteel verschillende opdrachten en er werden ook al enkele concrete resultaten behaald. Deze onderzoeksresultaten werden reeds in kenniscirkels besproken. Een rode draad in BodemBreed zijn de praktische vragen gesteld door de landbouwers. Hierbij geven we u alvast een beknopt en voorlopig antwoord op enkele vragen.
Kenniscirkels
Een kenniscirkel is een groep landbouwers die bereid is hun ervaringen en expertise te delen met hun collega’s. De deelnemers van een kenniscirkel zijn op hun bedrijf actief bezig met duurzaam bodembeheer. De discussies handelen over een ecologisch gezonde en economisch interessante bodem.
De kenniscirkels zijn het klankbord voor het project BodemBreed. Dit wil zeggen dat de behaalde onderzoeksresultaten worden besproken. Ook actuele vragen en problemen worden er besproken.
Een kenniscirkel waakt dus mee over de praktische haalbaarheid van de voorgestelde onderzoeksoplossingen.
PIBO, PPO en Hooibeekhoeve zijn gestart met het praktische onderzoek van een aantal relevante vragen in verband met niet-kerende bodembewerking. In het kader van praktijkvragen zijn er afgelopen seizoen, teeltjaar 2008 - 2009, veldproeven uitgevoerd. We kunnen u alvast enkele antwoorden geven op onderzoeksvragen die onderzocht werden. Deze resultaten zijn afkomstig uit één jaar onderzoek, waardoor ze niet als algemene conclusie kunnen beschouwd worden.
— Wat is de invloed van niet-kerende grondbewerking op de gewasopbrengst (in 2009)?
Het teeltjaar 2008 – 2009 werd gekenmerkt door een droog najaar in 2008 waardoor de wintergranen zowel na een kerende
als na een niet-kerende grondbewerking op het proefperceel onder goede omstandigheden konden worden gezaaid. De strenge vorst gedurende de wintermaanden die daarop volgde had een positieve invloed op de bodemstructuur. Op het proefveld, dat gekarakteriseerd wordt door een zeer zware bodem, bleek dat het zaaibed van de zomerteelten (suikerbieten, cichorei en korrelmaïs) duidelijk beter was in de objecten die voor de winter geploegd waren en de objecten die tijdens de wintermaanden niet kerend bewerkt werden. De objecten die niet tijdens de wintermaanden werden bewerkt vertoonden meer en grotere kluiten in het zaaibed en hadden telkens het laagste opkomstpercentage. De gewasopbrengst bij deze drie teelten lag telkens het laagst (significant) in het object zonder grondbewerking tijdens de wintermaanden. Voor de teelten suikerbieten en korrelmaïs lag de opbrengst van dit object 7 % lager in vergelijking met de overige objecten. De gewasopbrengst bij ploegen en niet-kerende grondbewerking met een bewerking tijdens de wintermaanden waren nagenoeg gelijk in elk van de drie teelten.
De opbrengsten van de wintertarwe (die in droge omstandigheden kon worden gezaaid) waren niet verschillend van elkaar.
Bij de teelt van versmarkt aardappelen bleek de opbrengst bij niet-kerende grondbewerking hoger te liggen dan in het geploegde object. De meeropbrengst bevond zich hoofdzakelijk in de klasse + 60mm wat een boven maat is voor een versmarkt ras. Tijdens het rooien bleek het percentage grondtarra bij niet-kerende grondbewerking duidelijk hoger te zijn dan in het geploegde object.
In Nederlands Limburg deden zich bij de oogst van aardappelen op percelen, die niet kerende waren bewerkt, problemen voor met kluiten. Mede door de hoge onderwatergewichten bestond er gevaar voor beschadiging. De daarbij heersende droge weersomstandigheden maakte rooien niet mogelijk. Gelukkig viel begin oktober neerslag, waardoor de rooiomstandigheden verbeterden. Uit metingen van PPO bleek dat er meer grondtarra gemeten werd in aardappelen geteeld op niet kerende percelen. In het najaar van 2010 zullen op verschillende percelen in Zuid-Limburg metingen worden verricht aan grondtarra tijdens oogst.
— Is niet-kerende grondbewerking mogelijk in de teelt van fijnzadige gewassen?
Op één van de proefvelden in Tongeren werd cichorei geteeld als fijnzadig gewas. Er werden drie objecten aangelegd: ploegen, niet-kerende grondbewerking zonder bewerking tijdens de wintermaanden en niet-kerende grondbewerking met grondbewerking tijdens de wintermaanden. Het opkomstpercentage en de gewasopbrengst was het laagst (12 % lager dan de andere objecten) bij het object zonder grondbewerking in de winter. Bij de andere twee objecten was het opkomstpercentage en gewasopbrengst nagenoeg gelijk. Zonder enige vorm van grondbewerking (hetzij ploegen, hetzij niet-kerende grondbewerking) tijdens de wintermaanden bleek de zware grond in Tongeren onvoldoende verweerd te zijn, met als gevolg veel kluitjes in het zaaibed, hetgeen nadelig is bij de inzaai van cichorei.
Op een praktijkperceel in Margraten (Nederland) werden ervaringen opgedaan met niet-kerende grondbewerking in de teelt van zaaiuien. Naast een op wintervoorgeploegde strook werd een strook in het voorjaar gespit met een snelspitter en een strook niet-kerende bewerkt met een vastetandcultivator. Spitten gaf de hoogste opbrengst. Alhoewel niet-kerende grondbewerking een lagere opbrengst gaf, was het verschil met ploegen zeer klein. In 2010 wordt de opzet van de strokenvergelijking in zaaiuien aangepast en zal naast het niet kerende bewerken, vlak voor zaaien ook een variant worden meegenomen, waarbij niet-kerende grondbewerking in de winterperiode, het zogenoemde winterwoeler, wordt uitgevoerd.
— Resulteert niet-kerende grondbewerking in een hogere onkruiddruk?
Wat de onkruidbestrijding betreft was het bij alle zomerteelten noodzakelijk om in het voorjaar glyfosaat toe te passen om de grote onkruiden voor de zaai af te doden. Tijdens het groeiseizoen was er geen verschil merkbaar in onkruiddruk tussen de verschillende grondbewerkingen met uitzondering van opslag van de voorteelt wintergerst. De bezettingsdruk van deze opslag was zo groot dat het noodzakelijk was om in alle zomerteelten de objecten niet-kerende grondbewerking te behandelen met een grassenmiddel. In de geploegde objecten was er nauwelijks opslag van wintergerst. Voor meer informatie omtrent deze proeven kan het eindverslag "BodemBreed Teeltjaar 2008-2009 vzw PIBO – Campus" en het eindverslag "Bodembreed Interreg Velddemonstraties Nederlands Limburg 2009 PPO" worden nagelezen op www.bodembreed.eu.
De voorlopige resultaten van de overige kennisvragen worden eveneens ter beschikking gesteld via de website.
Een van de belangrijkste pijlers voor het uitvoeren van het Interregproject BodemBreed is dat er nog veel praktische vragen leven over het toepassen van maatregelen voor een betere bodem. Deze worden deels beantwoord in de veldproeven. Maar voor veel vragen is reeds een antwoord te vinden in publicaties over eerder en elders uitgevoerde onderzoeken. Alleen is deze kennis erg versnipperd. Daarom wordt binnen BodemBreed ook een literatuuronderzoek uitgevoerd.
Centraal hierin staan de landbouwkundige maatregelen en bewerkingsmethoden in relatie tot hun invloed op bodemeigenschappen en bodemprocessen. En daarmee ook weer de relatie met het productievermogen van de grond, en ook de vermindering van waterafvoer en bodemerosie.
Deze literatuurstudie wordt uitgevoerd door het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) in Merelbeke (Vlaanderen). Zij leveren niet alleen een boekwerk op met de gebundelde kennis maar ook een goede praktisch toepasbare vraagbaak. Omdat veel zaken samenhangen, worden matrices opgesteld.
Daarnaast zal de studie ook zodanig worden gepresenteerd, dat deze eenvoudig toegankelijk wordt via internet.
De definitieve resultaten worden eind juni 2010 verwacht.
Verschillende opdrachten werden recent gestart.
Het gaat onder meer over een studie naar de Functionele AgroBiodiversiteit in de bodem, de problematiek van Fusarium bij graangewassen, onderzoek naar langetermijneffecten van niet-kerende bodembewerking, het voorkomen en vermijden van verdichting en het optimaliseren van monitoringstechnieken.
In onze volgende nieuwsbrieven ontvangt u hierover ongetwijfeld meer informatie.
De website www.bodembreed.eu is sedert juli 2009 online.
Tot nu toe kon u daar al terecht voor alle basisinformatie over BodemBreed. In de loop van het project zal ook de informatie op deze website geleidelijk aan uitbreiden.
We werken aan een heuse activiteitenkalender, een lijst met praktische vragen en antwoorden, en een overzicht van relevante publicaties. Er is dus nog veel werk aan de winkel.
De volgende nieuwsbrieven zal u enkel elektronisch kunnen ontvangen.
Abonneer u dus via BodemBreed.eu en we houden u op de hoogte van onze vorderingen.
dinsdag 29 juni 2010:
Provincie Vlaams Brabant (projectverantwoordelijke),
Provincie Belgisch-Limburg,
Provincie Nederlands-Limburg,
Vlaamse Overheid (Albon),
Waterschap Roer en Overmaas,
Boerenbond,
lltb,
Arvalis,
PIBO campus,
PPO,
Hooibeekhoeve.